1 op de 4… Dat ben ik: het verhaal van Irene

Al meer dan 5 jaar bestaat de gastblog-serie 1 op de 4 en ik heb er nog nooit aan gedacht om mijn eigen verhaal te delen. Hoog tijd om daar verandering in te brengen.
Mijn verhaal begint in 2005 als onze zoon al bijna 8 is en we, na lang twijfelen, besluiten we dat we toch graag nog een tweede kindje willen en gaan we ervoor. Ook al ben ik inmiddels 36, ik ben snel zwanger en alles lijkt voorspoedig te gaan. Tot ik op een zondag in de 15e week ineens bloedverlies krijg.

Anderen begeleiden na een miskraam? Dat komt veel te dichtbij

De verloskundige komt langs om naar het hartje te luisteren, dat lukt niet… Zij hebben helaas zelf nog geen echo-apparaat in hun praktijk, daarvoor zijn we op het ziekenhuis aangewezen en daar kunnen we pas op maandag terecht. Na een vreselijke nacht van hoop en vrees, verschijnt daar ons kleintje op het scherm. Het ligt stil en het hartje klopt niet meer. Ik ben 15 weken zwanger en ons kindje is niet groter dan een bij een zwangerschapsduur van 13 weken normaal is. Ik kan nog gecuretteerd worden of we kunnen thuis afwachten. Het aanbod om gecuretteerd te worden neem ik met beide handen aan, ik ben opgelucht dat dat nog kan en twijfel geen moment. Hoe eerder het voorbij is, hoe liever.

Twee miskramen voelt niet meer als pech

We besluiten dat we gewoon pech hebben gehad en we gaan er weer voor. Weer ben ik best snel zwanger, maar helaas gaat het ook deze keer weer mis. We komen er bij de eerste termijnecho met 11 weken zwangerschap achter dat ons kindje niet verder is gegroeid dan behorend bij een zwangerschap van negen weken.
Nu het opnieuw is misgegaan heb ik het gevoel dat dit geen pech meer is.

In deze periode overlijdt ook mijn liefste oma. Op de dag van haar crematie had ik ’s morgens weer een positieve zwangerschapstest in mijn handen. Op dat moment besloot ik dat ik heel graag – als dit een meisje zou worden – haar naar oma wilde vernoemen. Helaas liep dat anders en werd deze zwangerschap 7 weken later mijn tweede miskraam.
Mijn oma is voor mij altijd een enorm inspirerende vrouw geweest, boordevol levenslust, ondanks dat ze het niet gemakkelijk had. Ze was altijd vrolijk en opgewekt en ik heb me altijd heel erg verbonden met haar gevoeld.

Ik ondervind aan den lijve de waarheid van het spreekwoord ‘In nood leert men zijn vrienden kennen.’ Sommige mensen leven met me mee en nemen de tijd voor me, vaak uit onverwachte hoek.
Anderen horen het aan (luisteren kan ik dat niet noemen) en gaan dan weer verder met hun leven en nog weer anderen mijden me en zwijgen het onderwerp helemaal dood. Als het net gebeurd is kan ik mijn verhaal nog wel kwijt, maar al snel ebt de aandacht weg. Nu het weer opnieuw is misgegaan wordt er door veel mensen snel overheen gestapt.

Eenzaam verdriet

Waar ik het erg moeilijk mee heb is de eenzaamheid van mijn verdriet. Er is niemand die het ook zo voelt als ik. Niemand die echt begrijpt hoe ik me voel.
Natuurlijk zijn er mensen bij wie ik uit mag huilen of bij wie ik kan praten. Alleen moet ik dat zelf aangeven, en dat is lastig voor me.
Als ik het vertel is er steun en begrip van mijn vriendin en mijn man, toch voelt
het heel erg eenzaam, misschien wel juist omdat ik het eerst uit moet leggen.

Dat is ook waar ik het meeste pijn van heb: het verschil tussen mijn man en mij in het rouwen. Regelmatig voel ik me niet gesteund door hem op momenten dat ik dat wel verwacht. De eenzaamheid in mijn verdriet raakt me diep.
Vroeger dacht ik dat je in zulke nare periodes elkaar als partners, wanneer je een goede relatie hebt, goed kunt steunen. Later ben ik daar anders tegenaan gaan kijken, onder andere door me voor mijn studie te verdiepen in de verschillen tussen mannen en vrouwen in hun manieren van rouwen. Ieder wordt op een andere manier geraakt, en doordat je zelf zo vol verdriet bent, is het moeilijk om tegelijkertijd de ander tot steun te zijn. Daar heb ik in de loop der jaren vrede mee leren hebben.

Blij met wat we wél hebben

Ik wil me niet steeds zo naar voelen en al vrij snel heb ik het gevoel dat ik er klaar mee ben. Ik wil niet leven in angst en onzekerheid. Als het niet voor ons is
weggelegd, dan maar niet.
Ik wil niet mijn hele leven en dat van ons gezin plaatsen in het licht van wat er niet is, ik wil blij kunnen zijn met wat ik wél heb. We besluiten dan ook dat we er niet opnieuw voor gaan om weer zwanger te worden. Want zwanger worden is het probleem niet, dat is het om zwanger te blijven. En er zijn geen garanties dat het een volgende keer wel goed gaat. En we zijn tenslotte al jaren een fijn gezinnetje met zijn drieën.

Aandacht voor rouw om een miskraam

Het is 2007 als ik aan de studie voor psychosociaal therapeut begin. Mijn werk als boekhouder geeft me al een tijdlang weinig voldoening meer, ik wil liever iets met mensen doen.
Mijn idee is om straks iets te gaan doen met wat werk met mensen doet. Loopbaancoaching of iets dergelijks. Ik ben er stellig van overtuigd dat wat ik ga doen niets met miskramen te maken gaat hebben. Dat komt veel te dichtbij…

Maar gaandeweg ben ik het stap-voor-stap aangegaan, kon ik stap-voor-stap mijn pijn toelaten en helen. En als ik in het laatste jaar van de studie ben aanbeland groeit er iets moois in mij: het inzicht dat ik juist voor de groep mensen die een of meer miskramen meemaakt veel kan betekenen.
Ik vind het spannend, maar ik ga het aan. Mijn scriptie krijgt de naam ‘Aandacht voor rouw om een miskraam’.

Waar de naam Praktijk Janna vandaan komt

Tijdens mijn studie en leertherapieën is het meer dan eens gebeurd dat ik in geleidemeditaties mijn liefste oma zag, met mijn ongekende kindjes op haar schoot. Het gevoel dat zij met elkaar verbonden zijn ontroert mij altijd weer en is tegelijk een warme troost.
Later zocht ik naar een naam voor mijn praktijk en kwam de naam Janna weer naar voren. Hoe mooi en symbolisch is het om oma’s naam te verbinden aan mijn begeleiding van andere vrouwen met hun ongekende kindjes…
De naam Janna staat voor mij voor inspiratie en verbinding en dat kan ik op deze manier weer doorgeven.

Één van mijn studie-vriendinnen is als mijn eerste lezer intensief betrokken in het schrijfproces van mijn scriptie. Als ik deze klaar heb en hij is goedgekeurd krijg ik van haar een kadootje. Het is een klein pakje dat zwaar aanvoelt in mijn hand.
Ik open nieuwsgierig het papier, er zit een klein spekstenen beeldje in. Aan de achterkant herken je er het stuk steen nog in. Dan draai ik het om en zie het profiel van een klein poppetje in foetus-houding. Het past precies in de palm van mijn hand en ik ben tot tranen toe geroerd.
Voor mijn eerste ongekende kindje heb ik eerder al een klein engelenbeeldje met een lief klein gezichtje gevonden, maar ik ben nog steeds op zoek naar een symbool voor mijn tweede ongekende kindje en nu heb ik dat plotseling in mijn handen. Inmiddels betekent het voor mij ook de ‘geboorte’ van Janna, de start van mijn praktijk.

En pas een tijdje geleden realiseerde ik me dat mijn praktijk nu een soort ‘tweede kind’ van me is, waarin ik mijn ervaring door kan geven en anderen kan helpen en inspireren en waarmee ik tegelijkertijd zin geef aan het korte bestaan van mijn eigen ongekende kindjes.

Ook interessant: